Volgens een nog steeds vrij gangbare geochemische theorie is er een soort eenmalige, gerichte ontwikkeling van de oceanische samenstelling in de geologische tijd geweest. De samenstelling van zeewater moet evenwel in de loop der geologische geschiedenis redelijk constant geweest zijn. Alle opgeloste stoffen, die met rivieren naar zee worden getransporteerd, worden na korte of lange tijd in mariene sedimenten vastgelegd; de mineralen op de zeebodem vormen buffers, die de samenstelling van het oceaanwater binnen vrij nauwe grenzen bepalen. De reactietijden zijn evenwel lang tot zeer lang en plotselinge veranderingen in de toevoer, zoals veroorzaakt door het optreden van de mens, worden nu al merkbaar in de chemische samenstelling van delen van de oceaan.