Dit artikel beschrijft de ontdekking en het voorkomen van de Libellenbijtmug (Forcipomyia paludis) in Nederland. De Libellenbijtmug wordt vrijwel nooit in het veld waargenomen, maar meestal achteraf op foto’s van libellen. In 2008 werden in het Nationaal park Weerribben-Wieden foto’s gemaakt van enkele Gevlekte witsnuitlibellen (Leucorrhinia pectoralis) en een vrouwtje Vuurlibel (Crocothemis erythraea) die Libellenbijtmuggen op hun vleugels hadden. De Libellenbijtmug is voor zover bekend de enige tot de Ceratopogonidae behorende knut die in Europa voornamelijk op de vleugels van libellenimago’s parasiteert. De Libellenbijtmuggen zuigen daarbij hemolymfe uit de vleugeladeren. Door de waarnemingen in Nederland en België is het verspreidingsbeeld van F. paludis in Noordwest Europa meer compleet. De soort is momenteel in Nederland bekend uit een zestal gebieden met open stilstaand water, gelegen op zand- en veengrond. In Nederland zijn libellen, bij een nog steeds groter wordende groep fotografen, erg favoriet. De verwachting is dat de bijtmug daarom in nieuwe gebieden in Nederland ontdekt zal worden.

, , , , ,
Brachytron

CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding")

Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie

R. Manger, & A. van der Heijden. (2016). Forcipomyia paludis (Diptera: Ceratopogonidae), een nieuwe libellenparasiet in Nederland. Brachytron, 18(1), 50–56.