In de Grafelijkheidsduinen, een 100 ha groot duingebied bij Den Helder, werden gedurende 14 jaren (2007- 2020) de libellen regelmatig geteld langs verscheidene telroutes. De resultaten leverden significant-positieve correlaties op tussen de aantallen geteld in verschillende groepen telroutes en tussen deze aantallen en de waterstand. Met het jaartal waren er significant-negatieve correlaties voor de totalen en voor de helft van de soorten. Langs twee telroutes (langs hetzelfde water) daalden de aantallen libellen in de loop van de jaren zelfs tot 0 of dicht bij 0 en werd beëindiging van de tellingen daar overwogen. Op basis van bovengenoemde correlaties kan worden geconcludeerd, dat (1) het voldoende is om in slechts een deel van een gebied te tellen; (2) de waterstand beslissend is voor de aantallen aanwezige libellen; (3) de libellenstand in het gebied een dalende trend vertoont. Indien in een gebied wordt gestopt met tellen indien daar één van de telroutes ‘slecht voor libellen’ is geworden, dan zou dit de berekende lokale trends systematisch kunnen beïnvloeden.