Na de drooglegging van de Lauwerszee in 1969 inventariseerde Jan Meijer tot 2008 jaarlijks de bodemfauna op de drooggevallen platen. Het gebied ontwikkelde zich in die veertig jaar van kwelder via gras en riet naar struweel. We laten zien wat deze successie inhoudt voor de bodemfauna. Er is een geleidelijke verandering in soorten, maar vanaf het begin blijft de soortenrijkdom gelijk, wat niet strookt met de gangbare successietheorie. De biomassa haalt na tien tot vijftien jaar het maximum; de afsluiting van de Waddenzee zorgt voor vermindering van variatie. Uiteindelijk ontstaat overal vochtig bos. Om de diversiteit te herstellen, wordt getijdevorming en inlaat van zout water aangeraden.