Kwelders zijn unieke ecosystemen die een zeer specifieke flora en fauna herbergen. Deze kwelders zijn eeuwen lang geëxploiteerd, vooral door middel van beweiding. De afgelopen eeuw is de begrazing op veel kwelders gestaakt. Dit bleek negatieve effecten te hebben op plantendiversiteit door een toename van hoge plantensoorten. Om deze reden wordt in Nederland begrazing vaak ingezet als natuurbeheersmaatregel, maar over hoe dit uitpakt voor de entomofauna is weinig bekend. In dit artikel laten we aan de hand van twee experimenten zien wat de effecten van beweiding zijn op gemeenschappen van carnivore (spinnen, loopkevers en oeverwantsen) en herbivore geleedpotigen, en in het bijzonder soorten die leven op zeeaster (Aster tripolium). De soortensamenstelling van de met potvallen gevangen carnivore soorten laat zowel op Schiermonnikoog als in Noord- Friesland Buitendijks grote verschillen zien tussen beweide en onbeweide kwelders. Beide herbergen karakteristieke soorten en hebben daarom hoge natuurwaarde. Daarnaast worden op de onbeweide kwelder meer soorten gevonden die niet aan kwelders gebonden zijn. De rijkdom aan herbivoren van zeeaster wordt vooral bepaald door de biomassa van de waardplant. Deze kan daarom als indicator voor de rijkdom aan herbivore insecten dienen. Dit onderzoek laat zien dat niet alleen beweide, maar ook langdurig en kortstondig onbeweide kwelders van hoge natuurwaarde zijn voor ongewervelden. Het is daarom vanuit natuurbeheerperspectief aan te raden om zowel beweide als onbeweide kwelders naast elkaar te behouden.


Additional Files
EB 81.jpg Cover Image , 427kb