Vroeg-pleistocene (Tiglien, Waalien) vogelfossielen uit de Zuurlandboringen worden beschreven. Het merendeel van de vondsten is afkomstig uit de Formatie van Waalre, met een diepere vondst uit de top van de Formatie van Maassluis. Dit leverde tenminste acht verschillende soorten op: de steenuil Athene noctua (Scopoli, 1769), waterral Rallus aquaticus Linnaeus, 1758, zomertaling Spatula querquedula (Linnaeus, 1758), witgat of bosruiter Tringa cf. ochropus Linnaeus, 1758/T. cf. glareola Linnaeus, 1758, kemphaan Calidris cf. pugnax (Linnaeus, 1758), oeverloper Actitis hypoleucos (Linnaeus, 1758) of kleine/Temmincks strandloper Calidris cf. minuta (Leisler, 1812)/C. cf. temminckii (Leisler, 1812), een niet nader bepaalde zangvogel Passeriformes indet. en niet nader bepaalde eenden Anatidae indet. De waterral is de oudst bekende vondst van deze soort en pas de derde vroeg-pleistocene vondst in Europa. De zomertaling is de tweede met zekerheid gedetermineerde vroeg-pleistocene vondst van deze soort. Veel van deze taxa zijn slecht bekend uit het Vroeg-Pleistoceen, met name uit Noordwest-Europa, dus de vondsten zijn zeer waardevol. Enkele ecologische interpretaties worden gegeven.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Cranium | |
| CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding") | |
| Organisation | Werkgroep Pleistocene Zoogdieren |
|
M. van der Meer. (2025). Vogels uit de Zuurlandboringen. Cranium, 43(1), 36–43. |
|