Het gebied rond Winterswijk is onder meer bekend om het voorkomen van grote stenen. Zij worden vaak aangetroffen bij ingangen van boerderijen en op andere markante plaatsen. Waar zij oorspronkelijk vandaan komen, is meestal wel ongeveer bekend. Over hun precieze ligging in het bodemprofiel is echter niet vaak zekerheid te krijgen. Toen dan ook een karteerploeg van het district Midden-Oost van de Rijksgeologische Dienst tijdens een veldopname toevalligerwijs getuige was van het opgraven van een grote steen op het land van de heer Overmars in het Meddosche Veld, was dit aanleiding om dit nader te gaan bekijken (fig 1). Het uitgraven vond plaats op 15 december 1984. Op het moment dat de karteer ploeg de graafwerkzaamheden ontdekte, was de steen al losgegraven, tegen een schuin talud omhoog getrokken en het bouwland ingesleept (fig. 2). Door het graafwerk was helaas niet meer na te gaan, hoe de steen precies in de grond had gezeten. Daarom werd besloten dit met behulp van een serie handboringen alsnog te bekijken. Ook in de ruime omgeving van de steen werden handboringen gezet. Deze hadden ten doel de algemene geologische opbouw van het gebied te bestuderen.

geomorfologie, reconstructie, handboringen
Grondboor & Hamer

CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding")

Nederlandse Geologische Vereniging

T. Bruins, & E.A. van de Meene. (1987). De steen van Overmars. Geologie rond een steen des aanstoots in de gemeente Winterswijk. Grondboor & Hamer, 41(5), 93–100.