Mijn vrouw en ik waren zeer onder de indruk toen we, op aanwijzing van Eddy Spijkerman uit Krommenie, in de kliffen van het Portugese plaatsje Rabimar complete verkiezelde boomstammen aantroffen (Afb. 1). We wisten niet wat voor soort hout het was en namen een aantal losliggende stukken mee. Hans de Kruyk uit Leerdam maakte er slijpplaatjes van op de voorgeschreven manier: een dwarse doorsnede, een lengtedoorsnede door het hart van de stam en een lengtedoorsnede die niet door het midden van de stam gaat. Het hout bleek buitengewoon goed geconserveerd te zijn en Hans zag direct dat het om coniferenhout ging. Er zaten geen jaarringen in, wat klopt met het feit dat het Jura-hout is. De temperatuur op aarde was destijds hoger dan nu en er waren geen seizoenen en dus werden er ook geen jaarringen gevormd. Nieuwsgierigheid naar de structuur van coniferenhout is de drijfveer geweest voor het schrijven van dit artikel.

tracheïden, herkenning, mergstralen, coniferen, Dadoxylon, fossiel hout, Araucarioxylon, harskanalen, cross-field, vorming, parenchymcellen
Grondboor & Hamer

CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding")

Nederlandse Geologische Vereniging

H. Steur. (2005). Fossiel coniferenhout. Grondboor & Hamer, 59(4), 73–77.