Een geologisch openluchtmuseum, zo kan men de Britse eilanden wel noemen. Geen ander gebied in het westen van Europa is zo rijk aan geologische verschijnselen. Van de ca. 2500 m.j. (miljoen jaar) oude gesteenten van de Hebriden tot de rijk geschakeerde Pleistocene (met Holocene en recente) afzettingen, zijn alle grote eenheden van de geologische tijd vertegenwoordigd. Die gesteenten zelf vertonen ook weer een grote verscheidenheid: magmatische (van de granitische intrusies in Cornwall tot de bazalten van Schotland en lerland), metamorfe (vooral in Schotland goed vertegenwoordigd) en sedimentaire gesteenten. De laatste weerspiegelen een zeldzame rijkdom aan afzettingsmilieus, van continentale (eolisch, fluviatiel, glaciaal) via de overgang van delta's naar mariene omstandigheden. Vele zijn rijk aan fossielen. Zie afb. 1 en de Stratigrafische tabel. Ook van allerlei geologische verschijnselen vindt men in de Britse eilanden de sporen terug. De eilanden herbergen overblijfselen van "gebergten" (orogenen) van uiteenlopende ouderdom. Maar niet minder zijn er de sporen van geologische krachten op kleinere schaal te zien: vulkanisme, oude en jonge vergletsjeringen, oude koraalriffen, enz. Daarbij moet dan ook nog bedacht worden dat de lange kustlijn gesteenten en verschijnselen op schitterende wijze in de kliffen voor het oog van de liefhebber openbaart: inderdaad, een geologisch openluchtmuseum.1 ) Geen wonder dat Britse geologen van het einde van de achttiende eeuw af in hoge mate tot de ontwikkeling van de geologie hebben bijgedragen. Hun sporen zijn nog altijd duidelijk zichtbaar. De stratigrafie van het Onder-Paleozoïcum en van de Jura (om maar een paar voorbeelden te noemen) berust op hun werk op de Britse eilanden. De Schotse Hooglanden zijn van grote invloed geweest op de opvattingen over de bouw van gebergten in het algemeen.

, , , , , , , , , , , ,
Gea

Copyright: GEA/auteur

Stichting Geologische Aktiviteiten

A. Brouwer. (1985). De Britse eilanden: een geologische inleiding. Gea, 18(1), 2–13.