Meneer, ik heb plantenfossielen gevonden!, aldus een op excursie veel gehoorde uitroep. Tot teleurstelling van de fossielenzoeker of -zoekster blijken het dan in veel gevallen geen resten of afdrukken uit de plantenwereld van het verleden te zijn, maar anorganisch gevormde, vertakte afzettingen van mangaanoxyde, zgn. dendrieten (van het Grieks: dendron = boom). Een teleurstelling hoeven zulke vondsten overigens niet te zijn: in esthetisch opzicht winnen dendrieten het vaak van plantenfossielen, en hun vormingswijze is niet minder interessant. Niet alle dendrietische afzettingen bestaan uit mangaanoxyde. Er zijn er ook van ijzerhydroxyde, van silikatische mineralen enz. In het algemeen kan men dendrieten definiëren als: veelvuldig en systematisch vertakte uitscheidingen van vaste stof. Daarbij zijn dan al dadelijk twee categorieën te onderscheiden: "kristaldendrieten", eigenlijk niet anders dan vertakte kristallen, en dendrieten waarbij de vertakte vormen niets te maken hebben met kristalbouw. Tot de laatsten horen de bovengenoemde mangaanoxyde-dendrieten.

Solnhofen, aggregaatdendrieten, discontinuïteitsvlakken, ijzerdendrieten, dendrietvorming, dendrietprecipitatie, vertakking, kristaldendrieten
GEA

Copyright: GEA/auteur

rectificatie 1988 - p. 87
Stichting Geologische Aktiviteiten

L.M.J.U. van Straaten. (1988). Dendrieten. GEA, 21(2), 37–46.