Toen Christiaan Huygens in de heldere nacht van 28 november 1659 met een eenvoudige telescoop de planeet Mars observeerde, slaagde hij er als eerste in om enkele oppervlaktedetails in kaart te brengen waarvan we nu weten dat zij corresponderen met reële landschapskenmerken. Het opvallendste detail was een donker, driehoekig gebied dat ruim drie eeuwen later, ten tijde van de planetaire exploratie in het ruimtevaarttijdperk, de naam Syrtis Major Planum heeft gekregen — een enorm plateau (441.000 km2) van basaltische lava's. Bij zijn verdere observaties constateerde Huygens dat sommige donkere vlekken op het Marsoppervlak zich in de loop van de seizoenen uitbreiden en weer kleiner worden. In zijn monumentale, in 1698 verschenen werk Cosmotheoros (wereldbeschouwer) speculeert hij, dat deze seizoengebonden veranderingen zouden kunnen wijzen op het bestaan van vegetatie op Mars, en dat er mogelijk zelfs Marsbewoners zijn. Tegenwoordig weten we echter, dank zij de observaties door onbemande ruimtesondes in de jaren '70, dat de door Huygens en latere waarnemers geconstateerde oppervlakteveranderingen het gevolg zijn van enorme verplaatsingen van fijn sediment door zware, seizoengebonden stormen.

, , , , , , , ,
Gea

Copyright: GEA/auteur

Stichting Geologische Aktiviteiten

H.N.A. Priem. (1992). Buitenaards Bestaan?. Gea, 25(3), 79–84.