Om precies te zijn: in september 1995 begonnen we in Gea onze verkenningen van de zware mineralen in zand met het artikel "Het Donkere Zand van Ameland op de korrel genomen". Weet u het nog? In zes kleurenfoto's van een aangerijkt Amelands monster werden zes van in totaal tien fracties weergegeven, die magnetische sterktes in afnemende volgorde vertegenwoordigden. De eerste fractie die uit het monster werd gesepareerd bevatte uitsluitend het mineraal met het sterkste magnetisme van allemaal: magnetiet; dit werd destijds niet fotografisch weergegeven. Maar in de foto's van de volgende fracties konden 13 soorten mineralen aangewezen worden. In totaal had Leendert Krook, met zijn polarisatiemiceoscoop, zelfs 22 zware mineralen in het Donkere Zand van Ameland gevonden. Dit was een openbaring. Velen waren enthousiast en wilden verder met ZAND, dat immers gemakkelijk te verzamelen is en al vele verzamelaars kent. De Werkgroep Zand van Stichting GEA werd opgericht. Er verscheen in elke Gea minstens één artikel dat iets als basiskennis of voor de handvaardigheid aandroeg om tot het uiteindelijke doel te geraken: de determinatie van zware mineralen in zand. De stereo-microscoop MBS 10, die velen al in huis hebben, werd omgebouwd tot een polariserend apparaat waarmee, zij het met enige beperkingen, gewerkt kan worden/) Wie een "echte" polarisatie-microscoop heeft is natuurlijk eter af. Nu is het zover. Aan de hand van de monsterbuisjes voor de strooipreparaten, die Krook t.b.v. de kleurenfoto's voor Gea sept. '95 had gemaakt, kunnen we de magnetisch gescheiden fracties en hun mineralen successievelijk behandelen. We hebben ons voor dit artikel strikt beperkt tot het zand dat voor de noordkust van Ameland in de buurt van paal 19 voorkomt. De monsters werden in 1995 genomen; het materiaal is op uitgebreide schaal onder geïnteresseerden verspreid. De korrelgrootte van de gebruikte fracties ligt tussen de 0,105 en 0,210 mm. De fracties A en B waren omvangrijk; de fracties C, D en E waren klein; fractie F was middelmatig. Voor de gefotografeerde preparaten werd als inbedmiddel over het algemeen immersieolie gebruikt (brekingsindex 1.51). Wanneer een ander middel werd gebruikt is dit in het bijschrift bij de afbeelding vermeld

, , ,
GEA

Copyright: GEA/auteur

Stichting Geologische Aktiviteiten

J. Stemvers-van Bemmel. (1999). De herkenning van zandmineralen. De zware mineralen van het Zand van Ameland optisch bekeken. GEA, 32(2), 48–57.