In het Devoon vond een zeer snelle en uitgebreide evolutie van landplanten plaats. Aan het einde van het Siluur bestond de vegetatie op het land nog voornamelijk uit centimeters hoge primitieve vaatplanten. Aan het einde van het Devoon waren, op de pas in het Krijt verschijnende bloemplanten na, alle huidige fyla in de flora al vertegenwoordigd! De geschiedenis van de vegetatie is tot dat moment mondiaal; floristische verschillen van ver uit elkaar gelegen streken beperkten zich meestal tot genus- of soortniveau. Vele plantenfamilies waren over de hele wereld verspreid. Hogere landplanten kwamen vrijwel uitsluitend voor in de vochtige laaglanden, op de drogere, hooggelegen gebieden kon de Devoonflora nog niet aarden. In het Carboon zal dit allemaal veranderen.

zaadvarens, paardenstaarten, varens, zegelbomen, vegetatiezones, wolfsklauwachtigen, schubbomen, klimaatzones, zaadplanten, florarijken, evolutie, klimaatverandering
GEA

Copyright: GEA/auteur

Stichting Geologische Aktiviteiten

H. Bruens. (2007). De verovering van de aarde. De evolutie van vaatplanten op het vasteland - Deel 2. GEA, 40(4), 125–130.