Op de goed bezochte Ringersdag 1989 stond uiteraard centraal de oprichting van de ringersvereniging. De aanleiding hiervoor: te verwachten ontwikkelingen in het ringwerk en de gevolgen daarvan voor de individuele ringer. Aan het slot van zijn openingstoespraak gaf Drent aan waarbij we daaraan moeten denken. Hij begon echter met vast te stellen dat het bestaan van de Ringcentrale valt of staat met de financiering ervan door de overheid of andere instanties. Zolang er behoefte blijft bestaan aan de gegevens die de Ringcentrale kan verstrekken zal die financiering waarschijnlijk niet in gevaar komen en voor de ringer betekent dit dan dat hij zijn hobby kan blijven voortzetten. Daarvoor moeten we weten welke gegevens de gebruikers (onderzoekers, beheerders, beleidsmakers, vogel- en natuurbeschermers) uit de archieven van de Ringcentrale willen hebben en we zullen nu en in de toekomst moeten kunnen inspelen op hun wensen.