Het Leekstermeergebied is vanouds bekend als ganzenpleisterplaats (Van Dijk & Van Os 1982). Het betrof tot het begin van de jaren zeventig vrijwel uitsluitend pleisterende rietganzen Anser fabalis, die in wisselend aantal, tot 750 ex., het gebied bezochten. Het voorkomen van andere soorten, zoals de kolgans Anser albifrons, is vermoedelijk steeds van min of meer incidentele aard geweest, maar gegevens hierover ontbreken nagenoeg. Nadat vooral aan het eind van de jaren zeventig duidelijk werd dat er in het Leekstermeergebied steeds meer ganzen kwamen overwinteren, is in 1981 gestart met systematisch onderzoek naar de ganzen.