De Ooievaar is sinds 1970 als broedvogel uit onze provincie verdwenen. Vogels van Groningen (VvG) noemt de soort “doortrekker in zeer klein aantal”, d.w.z. 1-10 exemplaren. In de recent verschenen Vogelatlas van Groningen, die ongeveer de periode 1979-1984 behandelt, wordt vermeld dat in vergelijking met VvG, de laatste jaren weer meer Ooievaars worden gezien. Het grafiekje van het aantalsverloop laat dat ook mooi zien. Vreemd is echter dat de status “doortrekker in zeer klein aantal” blijft. Mijns inziens moet dit “doortrekker in klein aantal” zijn, d.w.z. 10-50 exemplaren. In vergelijking met het aantalverloop van b.v. Zwarte Wouw en Visarend uit dezelfde atlas, lijkt dit zeker gerechtvaardigd. Ook na 1985 was de Ooievaar “doortrekker in klein aantal”. De Ooievaar overwintert in Afrika. Tijdens de voorjaarstrek worden twee trekroutes gebruikt: de westelijke via Gibraltar en de oostelijke via de Bosporus. In Nederland schijnen vogels van beide trekroutes door te komen. Een duidelijke grens valt niet te trekken. De Atlas van de Nederlandse Vogels noemt globaal de lijn van Kampen naar het zuidoosten. De populatie die de westelijke trekroute volgt arriveert hoofdzakelijk al in maart, gemiddeld een maand eerder dan de vogels die de langere oostelijke route volgen.