Nog in de vijftiger, begin zestiger jaren was de stad Groningen omgeven door nog grotendeels gave weidelandschappen van klei op veen en typische veenweidelandschappen. Deze veenweidelandschappen bezaten een zeer rijke flora en fauna. Een van deze gebieden betrof de “Driesporen”, een veenweidelandschap tussen het Winschoterdiep, de gemeentegrens van het dorp Haren en de zuidoostkant van Helpman. De graslanden werden extensief beweid of dienden als hooiland, met brede rietrijke sloten en verscheidene plassen met fraaie oevers van riet of lisdodde en drassige verlandingsgordels.