Laatst stuitte ik bij toeval op het deel “Aves” van de Naamlijst van Nederlandsche dieren, in 1822 gepubliceerd in de Natuurkundige Verhandelingen van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, te Haarlem door de hooggeleerde heren Jan Aarnout Bennet en Gerrit van Olivier. Ik was voor dit studeerkamerwerk gewaarschuwd door Gerrit Anton Brouwer, die in zijn proefschrift Herman Schlegel citeert, die al in 1852 zijn pen in vitriool doopte en schreef: “de naamlijst is zoo geheel zonder kennis van zaken zamengesteld, dat zij alleen geschikt is, dwaalbegrippen te verspreiden, en het beter ware, dat dit boek in het geheel niet in handen der liefhebbers kwam”. Welnu, de lijst kwam toch in handen ener liefhebber, en het moet worden toegegeven; meer onzin over Nederlandse vogels is daarvoor en daarna nooit meer in één boek samengebracht. Zoveel fouten te maken in een beschrijving van 241 soorten vogels moet haast een topprestatie genoemd worden. Zo begint de lijst van Nederlandse vogels zonder blikken of blozen met Falco leucocephalus, de Amerikaanse Zeearend!, en is het ook bij vluchtige lezing al gauw duidelijk dat de beide heren absoluut geen idee hebben van het verschil tussen de diverse soorten leeuweriken en piepers. En dit om maar iets te noemen.