Vogelsoorten die zich niet van nature in Nederland hebben gevestigd (zogenaamde exoten) worden door veel vogelaars vaak stiefmoederlijk bedeeld. Ze werden (zeker in het verleden) meestal niet geteld en van lijstjestellers mogen ze ook niet worden meegerekend. Toch zijn er heel wat soorten die zich in de loop van de tijd duurzaam in Nederland hebben gevestigd. Stadsduif, Nijlgans, Soepgans en Fazant zijn bekende voorbeelden die momenteel overal in Groningen voorkomen. Voor de Nijlgans heeft Peter Venema in 1991 de situatie goed vastgelegd in Drentse Vogels (5: 3-11), maar van bijvoorbeeld Soepgans en Stadsduif weet bijna niemand iets. Veel vogelaars hebben er zelfs geen bezwaar tegen dat Soepganzen en Stadsduiven zo af en toe eens flink worden ‘gedecimeerd’. In 1996 heeft Rob Lensink in Limosa en in het Vogeljaar een landelijk overzicht gemaakt waarin hij zo nauwkeurig mogelijk de situatie van alle exoten in Nederland beschrijft. Zoals wel vaker met dergelijke landelijke overzichten, blijken ze nooit helemaal compleet te zijn. Voor veel vogelaars zijn ze aanleiding om nog eens diep in hun geheugen of boekjes te graven en als gevolg hiervan komen allerlei halfvergeten notities weer boven.