Door de wind was het rond tienen in de haven van Noordpolderzijl nog kouder dan op de Bedumerweg, van waaruit we 40 minuten geleden waren vertrokken. Gelukkig had het plaatselijk café ‘t Zielhoes z’n deuren al geopend, zodat we ons tijdelijk van onze ijlings aangetrokken handschoenen en mutsen konden ontdoen. Bij binnenkomst werden we, behalve door de eigenaresse, begroet door de stamgasten die alvast aan een borreltje waren begonnen. Na een bak koffie werden we door de schipper aan boord van de Boschwad geholpen. Vanaf de voorsteven hadden we goed zicht op de ons omringende kwelders, die werden bevolkt door grote aantallen Rotganzen, Brandganzen, Scholeksters en Kluten. Ook werden de eerste Slechtvalk van de dag, een verlate Wespendief en twee Tapuiten gespot. Nadat de schipper, bij het keren van de boot, de vaargeul nog wat had uitgediept verlieten we de haven van Noordpolderzijl. De koude uitzichtjes aan het dek werden onderweg afgewisseld met warme koffie en thee op het onderdek. Ongeveer halverwege de overtocht werden we bezocht door een Roodborstje dat, zichtbaar uitgeput van zijn lange reis, een plekje zocht om uit te rusten. Onderweg zwom een nieuwsgierige zeehond een stukje met ons mee. In de buurt van Rottumerplaat maakten we kennis met zo’n 90 van zijn familieleden die ons, blijkbaar ongestoord, vanaf een zandbank lagen aan te gapen. Toen, na ruim twee uur, Rottumeroog binnen handbereik leek, moesten we nog een half uurtje wachten tot het waterpeil voldoende was gezakt om het schip in het eiland te kunnen boren. Nadat de schipper blootsvoets een trapje had geïnstalleerd, konden we via een deurtje in de voorsteven het eiland met droge voeten betreden.