Ongeveer tien jaar geleden werd al opgemerkt dat de grootste bedreiging voor de Gierzwaluw (Apus apus) als broedvogel, wordt gevormd door het slopen van oude woonkernen, het renoveren van oude gebouwen en het hermetisch afdichten van muurnissen en kerkzolders (Teixeira 1979). Dit geldt vooral voor de grotere steden. In Bussum bijvoorbeeld is door het slopen van een groot deel van de binnenstad de Gierzwaluwenstand in 1983 in vergelijking met 1971 met eenvijfde deel afgenomen (Fuchs 1984). In Amsterdam is door Van der Weijden (1974) in dit verband voorspeld dat het aantal Gierzwaluwen naar verwachting met meer dan 90% achteruit zal gaan. Ondanks deze berichten is de soort nog niet op de lijst van bedreigde en karakteristieke vogels in Nederland geplaatst, onder andere omdat er geen concrete gegevens over een mogelijke daling van het aantal broedvogels beschikbaar zijn (Osieck 1986).