Het gebied met een oppervlakte van 250 ha (waarvan 74% bos en 17% heide) werd op BMP-wijze gekarteerd, waarbij 63 broedvogelsoorten werden geregistreerd. Deze gegevens worden vergeleken met de PPD-karteringen uit 1975 en 1982. Ondanks grote methodologische verschillen tussen BMP- en PPD-methode leverde de vergelijking toch enkele aardige resultaten op: afname van Tortelduif, Grasmus en Grauwe Vliegenvanger en toename/vestiging van Bosuil, Glanskop, Boomklever en Appelvink. Trends, kortom, die ook elders worden gevonden en die vermoedelijk landelijke geldigheid hebben. Een interessante waarneming "werd verricht aan Kleine Vliegenvangers (waarvoor zelfs portofoons uit de kast kwamen): twee exemplaren (een paar) met een maximale afstand tussen zangposten van het mannetje van 800 meter. Er werden geen jongen waargenomen. Het rapport ziet er verzorgd uit en is in alle opzichten het resultaat van een groep waarnemers. In een bijlage zijn alle verspreidingskaarten opgenomen.