Om het tijdsbudget (vliegtijd, duiktijd en zwemtijd) van broedende Zeekoeten in Newfoundland te meten, werden deze uitgerust met electronische ’activiteitsmeters’. Ongeveer 90% van de tijd die niet in de kolonie werd besteed, zowel tijdens het broeden als in de jongenperiode, werd op het water of duikend doorgebracht, de resterende 10% vliegend. De son van de actieve fourageertijd en de vliegtijd was 27%; de rest (73%) werd rustend/zwemmend doorgebracht. In de jongenperiode werd 13.6% van de tijd buiten de kolonie duikend doorgebracht en het aandeel duiktijd nam af naarmate de totale afwezigheid langer duurde. Uit de individuele fourageervluchten werd een potentiele ’fourageerrange’ berekend. De mediaan bedroeg 37.8 km voor broedende vogels en 5.4 km voor vogels met kuikens (bij een vliegsnelheid van 68 km/uur). De maximale afstanden waren respectievelijk 123 en 80 km. In het artikel wordt nog eens extra benadrukt dat electronische activiteitsneters neer inzicht kunnen verschaffen in zeevogeloecologie en energiebesteding, naar ook in de beschikbaarheid en het voorkonen van de prooien.