In de zomers van 1985-90 werd Spitsbergen (of Svalbard, zoals de Noren deze archipel plegen aan te duiden), met name het eiland West-Spitsbergen bezocht aan boord van het M.S. Plancius. Van alle vogels en (zee-) zoogdieren werden uitgebreide aantekeningen gemaakt en dit artikel is een weergave van de belangrijkste waarnemingen. De gegevens werden aangevuld met waarnemingen van derden, waarvan die van Jan Andries van Franeker (zeezoogdieren, 1984), Jurren Koerts (1989), Bram Couperus (1990-91) de voornaamste zijn. De in de jaren 1985-90 bezochte locaties zijn weergegeven in figuur 1 en tabel 1, terwijl de waarnemingsinspanning in deze jaren is uitgedrukt in het aantal ’velduren’ (figuur 2). Van de algemene zeevogels en zeezoogdieren werden verspreidingskaarten gemaakt, waarbij het broedvoorkomen op de landingsplaatsen (paginavullende kaarten) of de verspreiding, gecorrigeerd voor waarnemingsinspanning, middels arceringen in kaartgrids zijn weergegeven. De belangrijkste in de Svalbard archipel broedende zeevogels zijn Roodkeelduiker, Noordse Stormvogel, Kleine Jager, Grote Burgemeester, Drieteenmeeuw, Ivoormeeuw, Noordse Stern, Dikbekzeekoet, Zwarte Zeekoet, Kleine Alk en Papegaaiduiker. Schaarse soorten, al dan niet incidentele broedvogels, zijn Middelste Jager, Kleinste Jager, Grote Jager, Grote Mantelmeeuw en Vorkstaartmeeuw. De in totaal drie soorten landzoogdieren op Svalbard, IJsbeer, Poolvos en Rendier, zijn algemene soorten op de eilandengroep. De meest voorkomende zeezoogdieren waren Baardrob, Ringelrob, Zadelrob, Walrus, Dwergvinvis, Beluga en Witsnuitdolfijn. In de discussie wordt kort ingegaan op de mogelijke gevolgen van het toenemende toerisme voor schuwe soorten als de Roodkeelduiker, verschillen de soorten ganzen en Walrussen. Verschillen tussen de tijdens deze reizen gevonden verspreiding en aantallen zeevogels en opgaven in de literatuur worden kort besproken.