1994
Tellingen van gestrande zeevogels
Publication
Publication
Sula , Volume 8 - Issue 4 p. 285- 286
Zoals gebruikelijk kwamen de strandtellingen in de herfst geleidelijk aan weer op gang. Alleen van de Noordhollandse kust en de Waddeneilanden Texel, Ameland en Schiermonnikoog werden gegevens ontvangen. In september werden uitsluitend Kok-, Kleine Mantel- en Zilvermeeuwen gerapporteerd en geen enkel exemplaar had zichtbaar olie in de veren. In oktober daarentegen was de diversiteit groot. Olieslachtoffers waren schaars in deze maand (1 Aalscholver, 1 Zilvermeeuw, 1 Drieteenmeeuw, 1 ongedetermineerde meeuw, 1 Alk). Vijf Noordse Stormvogels, een Jan van Gent, acht Eidereenden, drie Drieteenmeeuwen en drie Zeekoeien waren schoon. Opvallende vondsten waren een Torenvalk en een Sperwer. Het is vermoedelijk voor het eerst dat er in de maand oktober geen enkele zangvogel werd gerapporteerd. In november werd dat gemis rechtgezet (Merels en Spreeuwen). Olieslachtoffers waren nog steeds schaars (1 Jan van Gent, 1 Knobbelzwaan, 2 Zilvermeeuwen, 3 Zeekoeien). Eén Roodkeelduiker, drie Jan van Genten en een Aalscholver bleken schoon te zijn. De meest bijzondere vondst deze maand was een Kleine Jager. Er werden deze periode geen verstrikkingsslachtoffers geconstateerd.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Sula | |
| CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding") | |
| Organisation | Nederlandse Zeevogelgroep |
|
onbekend. (1994). Tellingen van gestrande zeevogels. Sula, 8(4), 285–286. |
|