Als gevolg van een depressie was het weer gedurende de eerste twee dagen somber; vooral op de le viel veel regen. Van 3 tot 7 juli werd het weer bepaald door een hogedrukgebied. Warme dagen met wind uit N tot O waren het gevolg. Hierna brachten onweersstoringen wind uit NW tot N en buien op de 8e en 9e. Van de 10e tot de 18e had het weer een wisselvallig karakter en bleven de temperaturen laag. De wind was meestal aanlandig. Na de 18e draaide de wind naar O en liepen de temperaturen flink op. Een storing op de 23e beëindigde het mooie weer met onweer. Tot 29e zorgden verschillende fronten nu voor wisselende weersomstandigheden. Een koufront passeerde op de 30e en ging gepaard met regen en westerstorm (7-8B).