De formulieren die deze winter bij de coördinator zijn binnengekomen zijn inmiddels in de computer ingevoerd. De gegevens zullen dit vooijaar worden gecontroleerd en toegevoegd worden aan het hoofdbestand. In totaal gaat het nu om ca. 20.000 basisgegevens. Door de activiteiten van de medewerkers aan het project in de eerste twee seizoenen begint het verspreidingsbeeld van veel soorten al aardig volledig te worden. Voor de laatste twee seizoenen is echter nog genoeg te doen. Vooral Drenthe en Noord-Brabant konden wel eens probleemgebieden worden. De coördinator zal zijn eigen veldwerk dit jaar vooral richten op de poldergebieden van Noordwest-Friesland en Noord-Holland en eventueel Schouwen Duiveland en Drenthe. In figuur 1 wordt aangegeven hoe goed de verschillende gebieden onderzocht zijn. Het mag duidelijk zijn dat ook in de gebieden die al goed onderzocht zijn, vaak nog veel interessants te vinden is (zie bijv. het stuk over Phaneroptera op de volgende pagina).