In een studie over de Oost-Vlaamse landduinrelicten werden door middel van bodemvallen ondermeer sprinkhanen bemonsterd. De bestudeerde landduinen waren enerzijds oude rivierduinen van de Schelde en haar bijrivieren en anderzijds restanten van dekzandruggen. Tijdens de bemonstering werden 11 soorten sprinkhanen gevonden waaronder een aantal karakteristieke soorten voor droge zandgronden: Veldkrekel (Gryllus campestris), Snortikker (Chortippus mollis) en Knopsprietje (Myrmeleotettix maculatus). De mogelijkheden voor de Veldkrekel in deze landduinrelicten worden besproken.