Zwetend baan ik me een weg door het braamstruweel. Rietruigte met Haagwinde blijkt een bijna onneembare vesting. Fototoestel en notitieblok omhoogstekend worstel ik me er doorheen. Het scherpe riet snijdt in mijn been. Toch maar eens een nieuwe veldbroek aanschaffen, zonder gat bij de knie. Ondertussen speur ik naar Distelvlinders op het Koninginnekruid. Pas als mijn linkerbeen plotsklaps wegzakt, bemerk ik dat de beheerder weer een nieuwe sloot heeft gegraven in het zompige terrein. Hier biedt de Haagwinde een nuttig houvast. Achter de rietruigte liggen de secties 71 tot en met 78. Bloemrijke randen langs een houtwal. Beschut tegen de wind een uitstekende plek voor vlinders. En een mooie lokatie om een shaggie te draaien en even uit te puffen. Wat kan het leven toch mooi zijn, peins ik. Blauwe lucht, brandende zon, 35°C en net nog een Oranje luzemevlinder! Inmiddels loopt het zweet echt in straaltjes langs m’n lijf. Wie weet, komt daar straks nog een Grote weerschijnvlinder op af, denk ik hoopvol. Een pijnlijke steek in mijn nek brengt me echter snel van die gedachte af. Ook andere insekten komen op zweet af. Pats, uit de restanten in mijn hand maak ik op dat het een Regendaas was. Gelukkig maar. Goudoogdazen (model F16, met goud/groene ogen) zijn veel gemener-Toch maar weer de mouwen omlaag, ondanks de warmte. Niet voor niets levert veldwerk soms rare associaties op.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Vlinders | |
| CC BY-NC 4.0 NL ("Naamsvermelding-NietCommercieel") | |
| Organisation | De Vlinderstichting |
|
Henkjan Kievit. (1994). Column Veldwerk. Vlinders, 9(4), 21–21. |
|