Zodra de zon zich een beetje laat zien en de temperatuur weer wat oploopt is het de moeite waard om op het warmste moment van een vroege voorjaarsdag op zoek te gaan naar de eerste vlinders. Zelfs in de late winter kan het al voorkomen dat de citroenvlinder zich laat zien met zijn prachtige groengele kleur. Het verbaast mij telkens weer dat juist deze lichtgekleurde vlinder bij vrij lage temperaturen zijn vleugels strekt. Het zijn met name toch de donkergekleurde vlinders die bij weinig zon en warmte vliegen. Bij de familie van de zandoogjes is het het donkere bont zandoogje dat altijd in schaduwrijke bossen vliegt of de in de bergen voorkomende, bruine, soms bijna zwarte erebia's, die zelfs op koude en bewolkte dagen vliegen. In de veelal donkergetinte schoenlappersfamilie zijn de atalanta en de kleine vos ook vaak vroeg te zien. Door de donkere tinten van de vlinders kunnen ze snel zonnewarmte opnemen en vasthouden voor voldoende energie om ook bij koudere temperaturen rond te fladderen. Vreemd genoeg doet de lichtgekleurde citroenvlinder uit de familie van de witjes dat dus als een van de eerste. Waarschijnlijk heeft niet alleen de kleur maar ook de grootte van de vleugels invloed op het opnemen van energie. Het kan ook zijn dat de citroenvlinder een ander ‘antivries’ gebruikt dan de overige vlinders en daardoor al eerder in het seizoen actief kan worden.