Op bl. 316 en volg. des vorigen jaargangs van het Album der Natuur, deelden wij eenige bijzonderheden mede aangaande de elektrische verschijnselen, die te New-York door den heer Loornis waren waargenomen. Het schijnt, dat deze feiten door vele, vooral Fransche Tijdschriften, zeer waren betwijfeld , een daarvan, de Moniteur des hôpitaux, had er zelfs den spot mede gedreven. Dit laatste is ten aanzien van eenig ongewoon wetenschappelijk feit zeker veel gemakkelijker dan om het te verklaren; maar hoe geestiger men zich daarbij betoont, des te grooter wordt het gevaar van daardoor alleen zich zelven bespottelijk te hebben gemaakt, wanneer ongelukkiglijk het feit, in spijt van allen twijfel, volkomen waar blijkt te zijn. Om dit ten aanzien van het door hem medegedeelde te doen blijken, heeft Loornis, behalve eene uitvoerige beschrijving van zijne eigene proefnemingen in den voor elektrische verschijnselen hoogst ongunstigen winter van 1857—58, nog naar Europa gezonden een opstel van den heer St. John, hoogleeraar in de scheikunde te New-York, dat door dezen in eene der vergaderingen van de American association for the advancement of Science, in Mei 1.1. te Baltimore is voorgelezen. Al de door L. vroeger beschrevene feiten worden daardoor ten volle bevestigd, zoowel als de verklaring, die wij daarvan mededeelden. Bovendien blijkt het daaruit, dat bij de bijzondere wijze van verwarming der vertrekken, die de voornaamste oorzaak is van de droogte der daarin voorhanden voorwerpen en der lucht daarin, nog eene vrij lage temperatuur der buitenlucht moet komen , om de verschijnselen zeer krachtig te maken. Onder de gunstigste omstandigheden, op den koudsten dag van den vorigen, doorgaans weinig strengen en natten winter, bereikten de vonken eene lengte van 1 ned. duim.