De beroemde natuuronderzoeker en reiziger P. DE TCHIHATCHEF had gelegenheid de uitbarsting van den Vesuvius, welke in December 1861 de stad Torre del Greco verwoestte, van nabij in oogenschouw te nemen. Zijn berigt, dat hij daarvan geeft, mag des te belangrijker geacht worden, omdat hij de eenige vreemdeling was, die als natuuronderzoeker dit vreeselijk schouwspel heeft gadeslagen. »Op den avond van den 9 December” zoo schreef hij den 16den uit Napels, waar hij destijds zijn verblijf hield »werd geheel Napels in beweging gebragt door de plotselijke verschijning van eene rij lichtende zuilen, die aan den voet van de zuidwestelijke helling des bergs opstegen en den geheelen nacht door op hare plaats staan bleven. Op den morgen van den 10den spoedde ik mij vroeg naar de streek, in wier rigting zich deze vuurzuilen, die des nachts zoo helder lichtten, maar bij daglicht zelfs niet zigtbaar waren, bevonden. Hoe meer ik Portici naderde, des te meer werd de hemel, die zich boven Napels zelf in het schoonste blaauw welfde, door graauwe rookwolken en een steeds toenemenden aschregen verdonkerd, zoodat, toen ik het stadje Torre del Greco aan den zuidwestelijken voet van den Vesuvius bereikte, mijne oogen reeds door de digte, ongemeen fijne asch veel te lijden hadden. Hier vernam ik, dat reeds den vorigen dag (9 Dec.) omstreeks drie uur in den namiddag, niet ver ten noorden van het stadje een ontzaggelijke hoeveelheid damp en asch met vloeibare lava uitgeworpen was, en dat om acht uur ’s morgens van denzelfden dag (10 Dec.) ongeveer tweeentwintig kort op elkander volgende schokken den grond geschud hadden, die tot drie uur in den namiddag aanhielden.