Zoo als bekend is, treft men de stoffen in de natuur aan in drie verschillende moleculaire of dusgenaamde aggregatie-toestanden: als vast ligchaam, als vocht en als lucht. Dat dezelfde stof beurtelings in een dezer drie toestanden kan voorkomen, en van den eenen in den anderen kan overgaan, weet ook iedereen; want dit is ons onder zoo vele andere stoffen op eene groote schaal door het water geleerd, over welks vast en glinsterend spiegelvlak men zich dan eens op schaatsen voort beweegt, terwijl het een andermaal als damp, d. i. als luchtvormige stoom, zelf het middel is om ons met groote snelheid door zijne eigene baren voort te drijven, of met den spoortrein in korten tijd verbazende afstanden te doen doorloopen. En eindelijk is het ook voor niemand een geheim, dat dit alles afhankelijk is van de mindere of meerdere hoeveelheid warmt, die aangevoeld of onttrokken wordt; dat zij het alleen is, die de vaste stoffen doet smelten en de vochten doet verdampen en koken ¹), benevens dat het kouder worden den damp weer tot den toestand van vocht doet gecondenseerd of verdigt worden ¹), en dit ten slotte op nieuw doet bevriezen of tot den vasten toestand doet terugkeeren. Verder is nog tamelijk algemeen bekend, dat deze overgang van den eenen aggregatie-toestand in den anderen voor ieder ligchaam plaats heeft op eene bepaalde temperatuur, en alle stoffen een dusgenaamd eigen smeltpunt en kookpunt hebben; maar het zij mij vergund de veronderstellingen aangaande de meer algemeene bekendheid met hetgeen het onderzoek dezer overgangen ons heeft geleerd hierbij te laten berusten, en hier eene korte schets te laten volgen van de voornaamste feiten, die daaromtrent in de wetenschap staan opgeteekend.

Album der natuur

CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding")

Kruseman

onbekend. (1865). Over de vertragingen in het smelt-, vries- en kookpunt der ligchamen, met de daaruit voortvloeijende belangrijke verschijnsels en toepassingen. Album der natuur, 14(1), 193–214.