De Engelsche dagbladen, en daaruit de Agronomische Zeitung van 1867, p. 590, gewagen van een merkwaardig voorbeeld van trouw van eenen hond, dat niet ligt zijne wedergade vinden zal. Een dor artsen aan het groot ziekenhuis te Netley bij Southampton deed onlangs een grooten togt begeleid van zijnen hond, een schoonen New-foundlander. ’s Avonds te huis komende, miste hij eenige brieven, die hij in zijn rokzak gehad had, en te gelijker tijd zijn’ hond. Dit laatste bekommerde hem minder, omdat dit dier wel eens meer de gewoonte had eenigen tijd op zijne eigene gelegenheid uit te blijven; maar het gemis der papieren hinderde hem zoo, dat hij besloot den volgenden dag denzelfden weg nog eenmaal af te leggen om, zoo mogelijk, het verlorene weder op te sporen, daar de papieren ligt met zijn zakdoek uit zijn zak gevallen hadden kunnen zijn. Op dezen togt stuitte hij op 4 mijlen afstand op den hond, die naast de brieven nederlag en duidelijk de wacht daarbij hield. Het trouwe dier had den ganschen nacht door, in het geheel 16 uren lang, bij het eigendom zijns meesters de wacht gehouden.