Wij ontleenen aan de Revue des cours scientifiques, 1868, no. 47, het volgend overzigt der uitkomsten van waarnemingen, door HUGGINS verrigt in den loop der heide laatste jaren, ten einde door middel van den spectroskoop den aard van het licht der kometen te bepalen. „De eerste pogingen om het licht der kometen door middel van den spectroskoop te onderzoeken gaven weinig voldoende uitkomsten. Donati beschreef in 1864 het spectrum van de komeet no. 1 van dat jaar als gevormd door drie schitterende strepen of banden; doch deze waarneming leidde tot geene gewigtige ontdekking. Men kende geene aardsche stof, die een spectrum gaf, hetgeen op dat van deze komeet geleek. HUGGINS had wel is waar reeds de aandacht gevestigd op het feit, dat sommige stoffen spectra geven, die uit schitterende handen bestaan, in tegenstelling met de gewone spectra, die zamenhangend zijn, en hetzij donkere strepen of alleen schitterende strepen vertoonen. Doch alvorens te kunnen besluiten, dat eene dergelijke stof in eene komeet bestond, moest men het bewijs leveren, dat heide spectra, namelijk dat van de bedoelde aardsche stof en dat van de komeet, volkomen overeenstemden, niet alleen wat het getal der banden, maar ook wat de door hen ingenomen plaats betreft. Niets van dien aard kon voor de komeet van 1864 worden gedaan.