De bekende handelaar in zeeschelpen ENGELS, te Frankfort a/M., was in de gelegenheid, om, op zijne reizen, als supercarga aan boord der brik Lallah Rookh, op de eilanden van den Grooten oceaan exemplaren van de grootste soort van schelpdieren, Tridacna gigas, te zien, wier schelpen, bij een gewicht van 6 tot 900 kgr., eene doorsnede van 3 tot 4 meters bezaten. Het levende dier bezit eene zoo groote spierkracht, dat een dik ankertouw, hetwelk in de geopende schelp wordt gelogd, bij het sluiten daarvan geheel werd afgesneden. Hoe oud zulk een weekdier worden kan, voordat zijne schelp eene dusdanige reusachtige grootte bereikt, is niet met zekerheid aan te geven. Schelpen van kleinere exemplaren worden in de kerken van Peru, Bolivia en andere Zuidamerikaansche landen dikwijls tot wijwatersbakken gebruikt. Ook in de kerk St. Sulpice te Parijs, dient de schelp van zulk een weekdier tot wijwatersbak. Zij werd door de republiek Venetië aan frans I geschonken. Nog kleinere exemplaren leveren, vereenigd met andere veelkleurige schelpen, eene fraaie versiering voor vertrokken op. K.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Album der natuur | |
| CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding") | |
| Organisation | Kruseman |
|
onbekend. (1881). Groote schelpdieren. Album der natuur, 30(1), 385–385. |
|