In den jaargang 1859 van dit Album, blz. 323 on 355, is door mij een opstel geplaatst, onder den titel van: „De twee gcwigtigste Nederlandsche uitvindingen op natuurkundig gebied.” Daarin is de geschiedenis der uitvinding van den verrekijker en van het mikroskoop uiteengezet. Het volgende kan als eene nieuwe bijdrage daartoe worden beschouwd. Van den heer J. H. DE STOPPELAAR, secretaris van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, ontving ik namelijk den volgenden brief, d.d. 9 Mei 1867.