In mijn vorige artikel over de manlijke genitaliën van de spinnendoders stelde ik vast dat er twee groepen namen in gebruik zijn voor de onderdelen van dit apparaat. De ene groep termen is terug te voeren op Snodgrass (1941). Hij gaat er, op grond van embryologische studies, vanuit dat de penis en zijn aanhangsels één geheel vormen. De andere groep van termen is geïntroduceerd door Michener (1944). Hij en anderen baseren zich op vergelijkend morfologisch onderzoek. Deze groep onderzoekers probeert homologiën vast te stellen tussen, onder andere de achterlijfsaanhangels van verschillende insectengroepen. Ik moet met nadruk stellen dat ik mij absoluut niet verdiept heb in de argumenten van beide groepen. Enerzijds vanwege mijn gebrek aan kennis van de anatomie en de embryologie van de verschillende insektenorden, anderzijds ontbreekt mij de tijd dat alsnog te doen. Waar het mij om gaat is om bij de verschillende auteurs, die de genitaliën gebruiken als determinatiekenmerk, vast te stellen welke termen zij gebruiken. En deze termen aan te vullen met de synoniemen uit de andere groep. Hopelijk schep ik hierdoor wat duidelijkheid op het gebied van de naamgeving van de mannelijke genitaliën bij aculeaten.

Bzzz/HymenoVaria

CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding")

Nederlandse Entomologische Vereniging

Hans Nieuwenhuijsen. (1999). De onderdelen van het mannelijke genitaal van aculeaten en hun namen. Il Vespidae – plooivleugelwespen en III Sphecidae – graafwespen. Bzzz/HymenoVaria, 9(1), 13–15.