Vanwege een voorkeur voor ‘last minute-reizen’ gaan we altijd met een open instelling, dat wil zeggen geheel onvoorbereid op vakantie. Onze voorbereiding was daarom, naar verhouding, tenminste redelijk te noemen toen we onverwacht stootten op een aanbieding van een 14-daagse vliegreis naar Florida, de huur van een auto inbegrepen. Vaag herinnerden we ons immers een boek waarin werd gesproken van het vinden van haaientanden aan de stranden van de westkust van Florida – dit boek ging trouwens over de ‘Chesapeake-bay’ en er stond iets over Lee Creek in. In een uitzending van Discovery was Lee Creek eens ‘het paradijs voor elke waarachtige haaientandenliefhebber’ genoemd. Zoals spoedig bleek was onze conclusie dat beide plaatsen in Florida Iggen. niet helemaal correct. Terwijl de reis werd geboekt, zochten we in de Bosatlas de Chesapeake-baai op. Tot onze verbazing ligt de baai niet in Florida, maar in de staten Washington en Virginia – een kleine, zij het vervelende vergissing, omdat we de reis niet meer konden afzeggen. Lee Creek, waar een fosfaatgroeve is, lag bij herlezing van de tekst opeens in de staat North Carolina. Hoewel het vliegtuig in Washington een tussenlanding zou maken – veel dichter bij Chesapeake – zou het veel duurder zijn hier uit te stappen en op eigen initiatief een auto te huren. Bij de reis zat de auto al inbegrepen. We zaten hoe dan ook aan Florida vast. Alom werd ons afgeraden met de auto vanuit Florida naar het noorden te reizen: er zouden allerlei hartstikke leuke natuur- en themaparken zijn en je gaat toch niet voor een handvol fossielen een idioot-lange reis naar het noorden ondernemen?