Als een illustratrice van kinderboeken kijk je anders naar de wereld dan als paleontoloog. Ik ontmoette haar op een verjaardagsfeest, en vertelde dat ik werkte aan fossiele mollen en egels. “Wat leuk! Vind je dan ook van die schattige grote witte handjes?” Ik heb mijn lesje geleerd. Toen ik me van de week moest voorstellen aan een aantal sollicitanten, vertelde ik dat ik werkte aan de fossiele kiesjes van mollen en egels. Van de rest van het skelet weet ik doorgaans weinig af. Nu zal het met de beesten waar ik aan werk niet zoveel uitmaken. De egels van vroeger zullen er niet zo gek anders uitgezien hebben dan hun recente verwanten. Maar het wordt een ander verhaal als je werkt aan Mesozoïsche zoogdieren. Dan zijn er geen naaste verwanten waar je mee kan vergelijken. Als je dan alleen maar aan kiesjes werkt, dan is het verleidelijk om al wat klein is maar spitsmuis- of ratachtig te noemen. De weinige skeletten die we tot voor kort hadden, leken dat te bevestigen. Maar inmiddels moet dat beeld toch worden bijgesteld.