Sinds onze terugkomst van vacantie op 18 juni 1979 trof ik een keer of tien, dat ik tot heden (7 juli) op de Hoorneboegse Heide ten zuiden van Hilversum kwam, een groot aantal harige rupsen aan. De heer R. Troelstra vertelde mij dat het hier de Heideringel (= Malacosoma castrensis (L.)) betreft. Het lijkt er op dat ze dit seizoen veelvuldiger voorkomen dan voorafgaande jaren. Op de fietspaden liggen er zelfs heel wat doodgereden. Troepjes Spreeuwen (vooral veel jonge vogels) die over de heide rondzwalken doen zich veel tegoed aan die rupsen. Afgelopen weken zag ik ook veel Koekoeken op de heide. Elke maal toch wel minimaal vier stuks, terwijl ik de indruk kreeg dat het werkelijke aantal veel hoger lag. Ook zij aasden vooral op die vette harige rupsen. Het roepen hoorde ik slechts zelden meer, o.a. op 6 en 7 juli slechts korte tijd. Evenals verleden jaar leek het er op dat Koekoeken de heide gebruikten als onderbreking of startplaats van hun trek waar zij zich “dik en rond” konden eten.