In dit hoofdstuk gaat het over de ingewikkelde relaties van soorten met hun omgeving. Tal van factoren spelen daarbij een rol. De fysisch-chemische eigenschappen van het milieu zijn van groot belang, naast de biologische, het voorkomen van andere soorten organismen als voedsel, vijand of concurrent. Als een soort ergens voorkomt, is ze kennelijk in staat geweest het gebied te bereiken, om er vervolgens ook nog eens te kunnen overleven. Dat laatste betekent dat er sprake is van aanpassing. Sommige soorten zijn daartoe veel beter in staat dan andere. Zo komt het dat bepaalde milieus karakteristieke soorten hebben, meestal naast gewone soorten.