Trekvogels hebben voor de lange reizen, die zij maken, veel energie nodig. In de zomer en de herfst zijn insecten talrijk en samen met bessen vormen zij de belangrijkste voedselbronnen om vetreserves aan te leggen voor de reis. In het voorjaar daarentegen zijn er geen bessen en in koude voorjaren zijn ook insecten schaars. Om het voedselprobleem op te lossen blijken sommige soorten heel inventief en tijdens de stopovers op de voorjaarstrek zoeken ze naar nectar. Experimenten met vogels (Schwilch, 2001) toonden aan dat hun vogels een voorkeur vertoonden voor nectar in plaats van insecten. De suikers in de nectar zijn namelijk direct opneembaar.