Met de regelmaat van een klok duiken er berichten op waarin alarm geslagen wordt rond de handel in bedreigde diersoorten. Die zou de jongste tijd steeds ernstiger vormen aannemen. De controle binnen de EG is te gering, de winsten te hoog, de risico’s voor de handelaren beperkt. Bovendien wordt België regelmatig met de vinger nagewezen als ’draaischijf en belangrijkste doorvoerhaven van die handel. Ons land bekrachtigde eind 1983 de zogeheten Conventie van Washington (Cites), die erop gericht is de handel in bedreigde diersoorten aan banden te leggen. Is de toestand sedertdien verbeterd of zijn de beschuldigingen terecht en komen er nog steeds veel exotische diersoorten via ons land Europa binnen? We vroegen het aan VZZ-lid Erik Van der Straeten. Erik Van der Straeten: Ons laboratorium is vanaf de oprichting van het Wetenschappelijk Comité daarbij betrokken geweest. Wij zijn immers gespecialiseerd in het systematisch onderzoek van de zoogdieren in Afrika en zijn dus niet alleen vertrouwd met het determineren van allerlei exotische diersoorten, maar ook met de verspreidings- en beschermingsstatus ervan.