Tijdens een zoekactie naar bovengrondse muizennesten op 25 april 1992 bij Hemelen vonden Leo Backbier, Monique Deusings en ondergetekende een oud nest van een zanglijster met in de nestholte een plateautje van mos, pluis van bosrank, takjes en gras. Het nest en het plateau hadden een doorsnede van 15 centimeter respectievelijk 9 centimeter. Bij het oplichten van dit plateau sprong er tot onze verbazing een bosspitsmuis Sorex cf. araneus uit het nest en glipte via mijn broek weg in de vegetatie. In het nest lag een kluit mest afkomstig van zowel bosspitsmuis als ook van andere knaagdieren. Het nest was gemaakt in de vork van een vlier op een hoogte van circa 0.5 meter. De vlier stond in een smalle strook met jonge opslag van es en vlier met hazelaar en kornoelje, langs een bospad aan de rand van een eikenberkenbos. De vegetatie had een vrij open structuur. De ondergroei werd gedomineerd door braam en brandnetel. De open vegetatie ging via eikenberken-hakhout over in opgaand eikenberkenbos.