In 1992 verscheen de Atlas van de Nederlandse Zoogdieren en in 1994 zal de Atlas van de Zomerverspreiding van Vleermuizen verschijnen. Hiermee is een periode van verspreidingsonderzoek in Nederland afgesloten. Een logisch vervolg hierop is het volgen van de aantalsontwikkelingen (monitoring). Door de verborgen leefwijze van veel soorten en het beperkte aantal zoogdierliefhebbers is dat geen eenvoudige opgave. Toch willen we proberen een meetnet op te zetten. Er bestaat namelijk grote behoefte aan monitoringgegevens, zowel bij zoogdierbeschermende organisaties als bij de overheid. Door het volgen van de aantalsontwikkelingen in een meetnet kan een indruk worden verkregen van het wel en wee van de verschillende soorten, zowel op landelijk als op regionaal niveau. Aan de hand hiervan kunnen diverse organisaties en overheden besluiten of er maatregelen moeten worden genomen om deze ontwikkelingen te beïnvloeden. Per 1 november 1993 is daarom een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor het monitoren van zoogdieren. Dit onderzoek vindt plaats in een samenwerkingsverband van de VZZ, de Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN/ svo) en het Instituut voor Bosen Natuuronderzoek en wordt gefinancierd door het Centraal Bureau voor de Statistiek en in de toekomst ook door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Zoogdier | |
| CC BY-NC-ND 2.0 NL ("Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken") | |
| Organisation | Zoogdiervereniging |
|
onbekend. (1994). Kortaf. Zoogdier, 5(1), 27–30. |
|