In 1988 werden zes bevers uitgezet in de Zuidwaard van de Biesbos. In de jaren 1989 tot en met 1991 volgden er nog zesendertig. Deze herintroduktie (in de vorige eeuw kwamen ze nog vrij levend in Nederland voor) had het karakter van een experiment dat na vijf jaar moest uitwijzen of het mogelijk en wenselijk was om de bever zijn plaats in de Nederlandse fauna terug te geven. Zoogdier heeft hier regelmatig over gerapporteerd. Het IBN-rapport ’ Terugkeer van de bever: herintroductie van de bever in de Biesbos’ is de weerslag van het onderzoek gekoppeld aan deze herintroduktie. De Biesbos werd indertijd als uitzetlokatie gekozen vanwege de grote oppervlakte geschikt leefgebied en omdat men verwachtte dat de bevers een strukturerende invloed zouden hebben op de nog jonge, eenvormige wilgenbossen. Critici waren echter sceptisch over de haalbaarheid van het experiment vanwege de slechte waterkwaliteit en de hoge recreatiedruk. Het begeleidend onderzoek richtte zich derhalve op drie vragen: (1) biedt de Biesbos genoeg ruimte voor een levensvatbare populatie, (2) wat is de invloed van de bevers op de vegetatie en (3) treden er conflicten op met andere belangen.