Toen wij op Faunabeheer werden benaderd om deel te nemen aan deze studiedag was onze eerste reactie zeer positief, omdat het een goede mogelijkheid voor contact tussen onze directie en ’Natuurmonumenten’ —anders dan in de gebruikelijke vergadersfeer—betekent. Echter, toen de heer Van de Veen ons verzocht over afschotregelingen te spreken, werd het enthousiasme iets minder. Spreken over dit onderwerp zou immers betekenen dat het ingrijpen in de stand van de fauna met behulp van het geweer centraal zou moeten staan in mijn verhaal. En dat zou het beeld van de taken van de Directie Faunabeheer in hoge mate vertekenen. Iets waar wij vaak al genoeg mee te maken krijgen en aan welke rolbevestiging ik in ieder geval niet mee doe.