Degenen die bij Winterswijk wonen of in de gelegenheid zijn daar te ”malacologiseeren” raad ik aan eens naar de steengroeve te gaan. Daarachter ligt een stuk grond van ruim honderd meter diep en enkele honderden meters breed, dat begroeid is met jong eikenhout en weinig struiken, en begrensd wordt door dennenbosschen en bouwland. Behalve Vallonia-soorten en Patula rotundata, vond ik daar o.a. in ruimeen uur tijds acht ex van Acanthinula aculeata en achttien van Hygromia incarnata. Daar ik niet veel tijd had, heb ik waarschijnlijk nog veel over het hoofd gezien. Het is echter een merkwaardig terreintje voor mollusken, dat nader onderzocht verdient te worden voor het wellicht te laat is, want m.i. is de mogelijkheid niet uitgesloten dat de groeve naar die kant uitgebreid wordt, daar de Schelpkalk er het dichtst onder de oppervlakte voorkomt. Zijn er misschien menschen die gelegenheid hebben het nauwkeuriger te onderzoeken, dan zie ik hun resultaten graag in ons blad tegemoet.