1937
Vermeldenswaardige vondsten
Publication
Publication
Correspondentieblad NMV , Volume 8 - Issue 1 p. 47- 48
Op 20 Augustus 1936 deed ik te Oss in Noord-Brabant een mooie ontdekking. Langs een achterweggetje, zeer dicht begroeid met braamstruiken, brandnetels en elzestruiken, vond ik Cepaea hortensis (Müller) bij tientallen. Het eigenaardige was het totaal ontbreken van een gebandeerd huisje in deze populatie. De verzamelde exemplaren konden gescheiden worden in typische slakkenhuisjes met geheel witten mond en andere, waarbij de lip een peristoom vertoont, dat gekleurd is en waar deze donkere kleur ook overgaat in een donker gepigmenteerd navelveld. Deze laatste behooren dus tot de var. fuscolabris Kreglinger. De kleurvariëteiten konden in drie scherp gescheiden vormen verdeeld worden, en wel: 1. de var. lutea Picard: helder geel met witten mondrand 2. de var. incarnata Picard: rose-rood met witten mondrand 3. de var. filholia Moq. Tandon: donker roodbruin-olijfkleurig met witten mondrand, met witten lip en ongepigmenteerd navelveld.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Correspondentieblad NMV | |
| CC BY-NC 4.0 NL ("Naamsvermelding-NietCommercieel") | |
| Organisation | Nederlandse Malacologische Vereniging |
|
H. van der Maaden. (1937). Vermeldenswaardige vondsten. Correspondentieblad NMV, 8(1), 47–48. |
|